You are here
Home > Opvoeding > Bestaan er agressieve hondenrassen?

Bestaan er agressieve hondenrassen?

Als hondencoach ben ik  ben ik lid van tal van Facebookgroepen. Onderstaand artikel trok mijn aandacht. Als hondencoach krijg ik regelmatig de vraag: “is het ene hondenras agressiever dan het andere?” Jaren geleden zou ik gezegd hebben dat gedrag louter het gevolg  is van opvoeding. Vandaag zeg ik dat gedrag de resultante is van socialisatie, opvoeding en genen. Over de genen gaat onderstaand artikel. Het is lang maar zeker de moeite om aandachtig te lezen. Veel plezier!

Bron: Alexandra Semyonova, 10 november 2015.

http://www.animals24-7.org/2015/11/10/the-science-of-how-behavior-is-inherited-in-aggressive-dogs/
Gevonden op: https://www.facebook.com/hondenvertaal

 

Waarschijnlijk zijn de meeste mensen het er over eens, dat elk hondenras het resultaat is van menselijke manipulatie van erfelijke fysieke eigenschappen. Tot voor kort werd door de meeste mensen ook erkend, dat veel hondengedrag een gevolg is van het manipuleren van de vererving. Als je schapenproeven wilt doen, neem je een Border Collie. Neem je een Beagle, dan zal hij waarschijnlijk meteen doof worden voor je roepen zodra hij de geur van een spoor oppakt. Maar nadat er een discussie startte over een mogelijk verbod op rassen die vaak aanvallen en doden, begonnen verdedigers van deze rassen de erfelijkheid te betwisten van elke vorm van hondengedrag.

 

Verschijning

 

Alleen wanneer we de erfelijkheid van gedrag begrijpen, beginnend vanuit fundamentele biologische concepten, kunnen we een heldere en eerlijke discussie voeren over agressie bij gedomesticeerde honden. Eerst moeten we het verband begrijpen tussen ‘fysieke verschijning’ en ‘gedragsmatige verschijning’. Deze beide kunnen worden beschouwd als twee kanten van dezelfde medaille.

 

‘Fysieke verschijning’ beschrijft hoe een hond gefokt is om lichamelijk specifiek te zijn gevormd voor de taak die we hem willen laten uitvoeren. Het doelgericht gefokte hondenlichaam – hersenen, skelet, spieren en metabolisme (stofwisseling) – zal verschillen van dat van andere honden. De hond voelt zich fysiek comfortabel om zijn werk te doen, wat dat werk ook is.

De Border Collie is fysiek ontworpen voor de sluipende houding en voor het makkelijk en vaak overschakelen van staan naar liggen naar weer staan. Een windhond houdt van sprinten, met een diepe borst die gemakkelijk voldoende zuurstof kan leveren om de spieren van de hond te voorzien van voldoende brandstof voor een uitbarsting van hoge snelheid. Diezelfde diepe borst betekent dat de windhond geen marathons kan lopen, omdat de diepe borst tegengaat dat een windhond efficiënt zijn warmte kwijt kan.

 

De hersenen van de windhond zijn door selectief fokken gevormd om de poten te sturen in een gang die een maximale snelheid levert in een sprint. De unieke samenstelling van het Husky-skelet, de spieren en de hersenen, maken dat een Husky een slee kan trekken met een andere gang, en een vlot tempo kan volhouden over lange afstanden.

De windhond rent door te springen, de Husky door te duwen, altijd met één voet op de grond. Elke hond is genetisch aangelegd om het specifieke lichaam dat de hond heeft te gebruiken.

 

Selecteren op prestaties

 

Hondenfokkers hebben eeuwenlang geselecteerd op bepaalde eigenschappen door simpelweg te kijken hoe een hond presteert. Ze hebben honden voor specifieke taken gefokt door honden die minder goed presteren te verwijderen uit hun fokbestand. Soms zullen ze een hondenras inkruisen waarvan ze denken dat dit eigenschappen toevoegt om in de taak beter te presteren. Fokkers selecteren op prestaties, zonder dat ze altijd precies weten welke eigenschappen ze fokken. Zo besefte bijvoorbeeld tot voor kort niemand dat de Husky werd gefokt op een bepaalde warmte-economie; ze kozen gewoon voor de honden die het langst bleven rennen. Uiteindelijk produceren succesvolle fokkers honden die fysiek zijn gemodelleerd om de taak van de hond beter te doen dan elke andere hond, ongeacht hoe goed de andere hond is getraind.

 

‘Fysieke verschijning’ leidt tot ‘gedragsmatige verschijning’. Allereerst zijn de hersenen van elke hond genetisch gepredisponeerd (voorbestemd) om te groeien naar het efficiënt aansturen van het lichaam waarin ze zijn geboren. Vervolgens passen de hersenen van de hond zich verder aan naar het lichaam waarin ze zijn, als dit groeit in de zich ontwikkelende puppy. Er is geen gen voor hardlopen of voor sluipen, maar er zijn genen die een hond vier poten geven en die poten langer, korter, meer of minder flexibel enzovoort maken. Het is door de activiteit van de genen die verschillend gevormde lichamen en hersenen geven, dat de Pointer geniet van voorstaan, de Border Collie sluipt en staart, de Newfoundlander drijft in koud water en ga zo maar door.

 

Selecteren op agressie

 

We kunnen een hond niet maken tot iets waarvoor de hond geen genetische aanleg heeft. Net zo min kunnen we voorkomen dat een hond wordt waartoe deze genetisch is gepredisponeerd. Aangeërfde houdingen en gedragingen zijn passend voor het lichaam en de hersenen waarmee de hond werd geboren. Daarom zijn ze intern gemotiveerd en worden ze intern beloond: door zich goed te voelen. Dit betekent dat erfelijke gedragskenmerken praktisch onmogelijk zijn uit te doven door het manipuleren van externe prikkels uit de omgeving.

 

Bij het fokken van honden om bepaalde taken uit te voeren of op een bepaald uiterlijk, selecteren mensen vaak (soms onbedoeld) op afwijkingen in lichaam en gedrag. Wij doen dit door te kijken naar mutaties en dan daarop te fokken. Of door het kruisen van rassen om zo  combinaties van eigenschappen te krijgen om het proces te versnellen. Een duidelijk geval hiervan is de oude Engelse Bulldog, die nauwelijks kan lopen, nauwelijks kan ademen, en niet geboren kan worden dan alleen door een keizersnede. De Bulldog is ook gekruist in andere rassen door mensen die agressie in een ras wilden verhogen, zonder op het verschijnen van mutaties te wachten.

 

Er bestaat normale agressie bij honden, zoals bij alle dieren. Maternale (moederlijke) verdediging, territoriale verdediging en prooigedrag zijn afhankelijk van verschillende neuronale en hormonale mechanismen. Het zijn alle normale gedragsreacties. Deze hondse gedragingen zijn door mensen geaccepteerd in het proces van domesticatie (tot huisdier maken), zolang het gedrag voorspelbaar is.

 

Serotonergische disfunctie (Stoornis in de serotonine huishouding)

 

Maar ongeremd abnormaal gedrag is niet functioneel en het is onvoorspelbaar. Hoewel hoge opwinding en een plotselinge aanval functioneel kunnen zijn in bepaalde omgevingen, kan dit gedrag pathologisch (ziekelijk, gestoord) zijn in een veiliger omgeving, waar een hoge mate van opwinding en agressiviteit niet nodig zijn en alleen leiden tot onnodige aanvallen en verwondingen. Onderzoek impliceert dat de frontale cortex, subcorticale structuren, en verminderde activiteit van het serotonergische systeem een rol spelen in impulsieve agressie bij zowel honden als mensen. Impulsief agressief gedrag bij honden lijkt een andere biologische basis te hebben dan gepast agressief gedrag.

 

Kathelijne Peremans DVM ontdekte dit door het bestuderen van twee verschillende populaties van impulsief agressieve honden. Elke hond had een of meer aanvallen uitgevoerd zonder de klassieke voorafgaande waarschuwingen, en de ernst van de aanvallen was niet in verhouding tot de omgevingsstimuli. Peremans vond een significant verschil in de frontale en temporale cortex van deze honden, maar niet in de subcorticale gebieden, in vergelijking met normale honden. Peremans vond ook aanzienlijke disfuncties van het serotonergische systeem bij deze honden. Serotonergische disfunctie is breed gezien in allerlei diersoorten als verbonden aan abnormale, impulsieve agressie.

 

Peremans onderzocht honden van verschillende rassen, zuiver geselecteerd op basis van hun gedrag. Peremans was niet geïnteresseerd in het aanwijzen van een bepaald ras, maar in het vinden van het mechanisme achter het gedrag dat een hond vertoonde. Ze constateerde dat alle honden met een geschiedenis van abnormale impulsieve agressie dezelfde fysische afwijkingen hadden in de hersenen. Het geslacht van de hond maakte geen verschil. Ook niet of de hond gecastreerd of gesteriliseerd was.

Peremans liet de mogelijkheid open dat we later andere lichamelijke factoren zullen vinden die bijdragen aan abnormale impulsieve agressie. Bijvoorbeeld kan het adrenerge systeem een belangrijke rol spelen.

 

Erfelijkheid van gedrag

 

Een andere onderzoeker, Linda van den Berg, onderzocht specifiek de erfelijkheid van impulsieve agressie onder Golden Retrievers, een ras dat zelden betrokken is bij dodelijke en verminkende aanvallen. Het doel was na te gaan of impulsief agressief gedrag was vererfd in die paar Golden Retrievers die het vertonen, en zo ja, om het gen verantwoordelijk voor het gedrag te isoleren. Van den Berg vond een hoge erfelijkheid van impulsieve agressie, maar slaagde niet in het isoleren van het/de verantwoordelijke gen(en).

 

De erfelijkheid van abnormale agressie in bepaalde hondenrassen kan niet langer worden ontkend. De lichamen van deze honden zijn geselecteerd om een dodelijke beet efficiënter uit te voeren dan andere rassen. Deze honden ontlenen hun fysieke verschijning aan de taak van het doden, waaronder overdreven kaakspieren, zware nek en schouders, en een lichaamsmassa die afweer tegen hun aanval veel moeilijker maakt. Bij mensen die honden willen die kunnen doden, zijn dit de rassen van hun keuze, omdat ze fysiek beter toegerust zijn daarvoor dan andere rassen.

 

Gedragsmatige verschijning

 

Maar fokkers selecteerden ook op gedragsmatige verschijning. Om goed te presteren, moest een vechthond aanvallen zonder provocatie of waarschuwing, en doorgaan met aanvallen ongeacht de reactie van het andere dier.  Stieren en beren bevechtende honden moesten bereid zijn tot aanvallen bij afwezigheid van de soort-specifieke tekenen die normaal agressie uitlokken. Louter in reactie op de aanwezigheid van andere dieren, en niet te stoppen in reactie op externe stimuli. De Bordeauxdoggen werden gebruikt om uitgebreide landerijen te bewaken in Frankrijk, de Boerboels werden op soortgelijke wijze gebruikt in Zuid-Afrika en de op voortvluchtige slaven jagende honden in Latijns-Amerika, zoals de Dogo Argentino en Fila Brasiliero, werden alle geselecteerd specifiek op een neiging om te doden .

 

Terwijl ze selecteerden op prestaties, konden de fokkers niet precies weten op welke fysieke veranderingen ze selecteerden. Maar onderzoek toont nu aan, dat selectie op agressief vermogen impliceert dat je steeds kiest voor zeer specifieke afwijkingen in de hersenen. Deze afwijkingen duiken op in veel hondenrassen als een incident of een afwijking, die fokkers dan proberen weer uit de honden te fokken. Bij de agressieve rassen gebeurde het tegenovergestelde. In plaats van abnormaal agressieve honden uit te sluiten van de fokdieren, richtten fokkers zich juist op het creëren van lijnen waarbij alle honden de genen zouden dragen waardoor ze het gewenste impulsief agressieve gedrag betrouwbaar vertonen.

 

“Dat agressie niet erfelijk is, is niet houdbaar”

 

Nu we precies weten op welke hersenafwijkingen de fokkers van vechthonden hebben geselecteerd, maakt dat de bewering dat deze agressie niet erfelijk is niet langer houdbaar. Het is ook niet houdbaar om te beweren, dat niet alle honden van deze rassen de genen dragen die ze gevaarlijk maken. Deze genen kunnen soms door puur toeval wegvallen, net zoals Golden Retrievers de genen kunnen verwerven om impulsief agressief te zijn. Maar het missen van deze genen, in de agressieve rassen, is alleen dat – een gemis. Het is dus misleidend om te beweren dat de agressieve rassen de geselecteerde genen alleen bij wijze van toeval hebben, of dat de meeste geschikt zijn om veilig interactie te hebben met andere dieren en mensen.

Net als in de Pointer, de Husky, de windhond, en de Border Collie, zijn de genen van agressieve rassen zo geselecteerd dat bepaalde houdingen en gedragingen gewoon een goed gevoel geven. Deze honden zullen mogelijkheden zoeken om het gedrag waarvoor ze gefokt zijn uit te voeren. Omdat deze gedragingen intern gemotiveerd en beloond zijn, doven ze niet uit. Leren en socialisatie voorkomen niet dat het aangeboren gedrag van deze honden aan de dag treedt.

 

Aangepaste reactie

 

Omgevingen zoals de vechtring, confrontaties met vastgeketende stieren en beren en het achtervolgen van ontsnapte slaven, waarvoor deze gedragingen werden geselecteerd als een aangepaste reactie, zijn zó extreem dat er geen geschikte context bestaat voor deze gedragingen in het normale leven. Hoewel functioneel in de vechtring of tegenover de stier of beer, moeten deze gedragingen in alle andere contexten pathologisch worden genoemd. Omdat het gedrag waarop geselecteerd is impulsieve agressie is, zal dit gedrag per definitie altijd plotseling en onvoorspelbaar ontstaan.

Als we speculeren in het voordeel van de agressieve rassen, dan zouden we kunnen veronderstellen dat de menselijke kunstmatige selectie in de agressieve rassen net zo weinig zal falen als in de Golden Retriever. Van Den Berg vond impulsieve agressie bij ongeveer één op de honderd Golden Retrievers. Wanneer gedragsselectie relatief even vaak faalt in vechthondenrassen, is er slechts een kans van 1% dat hun eigenaren anderen in hun omgeving niet in gevaar brengen…

 

Kan agressie uitgefokt worden?

 

Kan impulsief agressief gedrag worden uitgefokt uit vechtrassen? De fictie dat, bijvoorbeeld, de American Staffordshire Terriër een andere hond is dan de pitbull, gewoon omdat deze honden (ook fictief, maar dat terzijde) gedurende tientallen jaren afzonderlijk van elkaar zijn gefokt, is alleen dat: een fictie.

 

De Russische onderzoeker Dmitry Kontanovich Beljaev meldde dat hij de angst uit vossen had weggefokt in slechts achttien generaties. Impulsieve agressie is echter een meer complexe reactie en veel gevaarlijker om mee te leven, terwijl je probeert om het eruit te fokken. Verder werden Belyaev’s vossen gefokt onder laboratoriumomstandigheden, waar er absolute controle over bestond dat niet weer de verkeerde genen binnen slopen.

Toen Belyaev zijn vossen fokte in de aaibare wezens die hij wilde, begonnen ze steeds meer het uiterlijk van een straathond met flapperende oren te krijgen. Belyaev’s ontdekkingen suggereren dat de samenhang van de fysieke en gedragsmatige verschijning betekent, dat het niet mogelijk is om het impulsieve agressieve gedrag van vechthonden uit te fokken met behoud van hun vorm en uiterlijk.

 

Vorm volgt functie: je kunt niet een hond hebben wiens hele lichaam en hersenen zijn aangepast aan het uitvoeren van een dodelijke beet, zonder dat die een hond die dodende beet zal uitvoeren.

 

Noot van de vertaler:

In enkele kritische reacties op dit artikel wordt verwezen naar ‘onderzoeken’ gepubliceerd door de NCRC, de National Canine Research Council. Voor een goed begrip: hoewel deze benaming een neutraal en mogelijk zelfs wetenschappelijk onderzoeksinstituut doet vermoeden, is de NCRC van mevrouw Karen Delise een stevig in de pitbull-lobby verankerde promotionele instelling. Haar uitingen dienen dan ook vanuit dat perspectief te worden bezien…

 

Categorieën

Meer artikels

Test je hond op verlatingsangst
Als puppycoach heb ik ervaren dat veel mensen niet weten wat hun pup of  hond doet indien ze overdag uit
Read more.
Hond vergiftigd door berkenboom
Deze week op facebook een geval gelezen van hondenvergiftiging door Berken.  Berkenbloemen ( die staafjes) bevatten xylitol. Ongevaarlijk voor mensen
Read more.
Olly is één jaar! Hip Hip Hoera
Olly is recent één jaar geworden. Vele klanten van puppyopvoeden.be vroegen me hoe Olly er vandaag uitziet. Hierbij enkele mooie
Read more.
Top